Surseance in de praktijk

Surseance in de praktijk

Uitstel van betaling start met een verzoekschriftprocedure bij de rechtbank.

Dit kan alleen door de onderneming, de schuldenaar, worden aangevraagd, in tegenstelling tot een faillissement dat ook door schuldeisers kan worden aangevraagd. De rechtbank verleent in de regel vrijwel onmiddellijk een voorlopige surseance van twee maanden. De ondernemer kan in deze periode een crediteurenvergadering voorbereiden. Deze datum wordt direct vastgesteld door de rechtbank, want op dat vastgelegde moment zullen crediteuren gezamenlijk de definitieve beslissing maken.

De bewindvoerder

De rechtbank benoemt bij een surseance een bewindvoerder. De ondernemer en de bewindvoerder voeren gezamenlijk het bestuur, dit is het verschil met een faillissement, waarbij de curator de regie en leiding van de directie overneemt.

Crediteuren, leveranciers en personeel kunnen dus met zowel de bewindvoerder als de directie overleg hebben. De bewindvoerder heeft echter een doorslaggevende stem. Mochten er ontwikkelingen zijn, waardoor het uitstel van betaling beter omgezet kan worden in een faillissement, dan is de bewindvoerder gemachtigd om deze keuze te maken.

In de praktijk wordt deze keuze door de bewindvoerder soms al binnen enkele dagen gemaakt; dit is de grote valkuil. Surseance van betaling betekent namelijk niet, dat de onderneming gedurende de maximale periode van twee maanden geen betalingen meer hoeft te doen. Als er geen aantoonbare oplossing valt te verwachten – bijvoorbeeld omdat er geen geld beschikbaar is voor een crediteurenakkoord (het dwangakkoord) of zelfs niet voor de betaling van de bewindvoerder – dan zal deze de surseance direct omzetten in een faillissement. Gedurende de surseance verandert er niets aan de positie van de werknemers deze blijven dus gewoon in dienst.

Ondanks dat de bewindvoerder en directie samen de verantwoordelijkheid dragen is de directie niet langer bevoegd beheers- of beschikkingshandelingen zelfstandig te verrichten. Er dient te allen tijde toestemming te zijn van de bewindvoerder. De rol van de bewindvoerder is dus een hele belangrijke en deze zal in de praktijk niet schromen een andere beslissing te nemen dan de directie voor ogen heeft indien dit voor de positie van de schuldeisers van belang is.

 

De dagelijkse gang van zaken tijdens de surseance

De onderneming wordt tijdens de surseance zoveel mogelijk voortgezet en kan dus in principe gewoon doordraaien. Maar van ‘’gewoon’ is vanzelfsprekend geen sprake; de term ‘aangeschoten wild’ is beter op zijn plaats. Om de activiteiten voort te zetten is een gedegen plan van aanpak vereist, waarbij de beschikking over (nieuw) kapitaal, of desnoods zicht hierop binnen een korte termijn, een absolute vereiste is. Daarbij is speciale aandacht vereist voor de schuldeisers die buiten de surseance vallen (preferente crediteuren en separatisten), want zij kunnen hun incasso acties namelijk gewoon voortzetten. Dat niet alleen, want in veel overeenkomsten en contracten is bepaald dat deze ophouden te bestaan in geval van surseance en zéker in faillissement. Hierin schuilt een groot risico. Om directe incasso acties te voorkomen kan de bewindvoerder een afkoelingsperiode instellen, die door de rechtbank dient te worden bekrachtigd. Nieuwe schulden vallen hier echter niet onder. Voor een succesvolle surseance van betaling is het daarom essentieel dat de schuldenaar (de onderneming) een gedegen plan van aanpak heeft klaarliggen en…cash.

De bewindvoerder treedt, direct na zijn benoeming, in contact met de directie van de onderneming. Zonder een plan van aanpak en zeker zonder (zicht op) cash is de exercitie kansloos. Aan de preferente crediteuren en de separatisten zal overigens ook worden gevraagd om uitstel van betaling. Speciale aandacht dient gegeven te worden aan de zogenaamde dwangcrediteuren. Dit zijn schuldeisers die noodzakelijk zijn voor de dagelijkse gang van zaken zoals energie- en verzekeringsbedrijven en leasemaatschappijen want deze betalingen dienen gewoon door te gaan.

De liquiditeitsbegroting

Direct in de beginfase van de surseance zal er door de bewindvoerder een liquiditeitsprognose worden opgesteld, waarbij eigenlijk verwacht mag worden dat deze al is opgesteld door de onderneming en klaarligt. Vanzelfsprekend zal de positie van de onderneming al vrij snel verbeteren, aangezien de crediteuren tijdelijk on hold worden gezet. Aan de andere kant zijn er ook zaken die een negatieve invloed hebben op de financiën van de onderneming. Leveranciers zullen stoppen met leveren zolang zij geen zekerheid hebben van betaling. Er zal of ineens moeten worden betaald, een voorschot worden gevraagd of risico-kosten worden doorberekend op nieuwe leveringen. Ook zullen sommige crediteuren proberen de levering uit te stellen, totdat de openstaande kostenposten zijn voldaan. Dit maakt het doordraaien van de onderneming er niet gemakkelijker op en is een flinke aanslag op de toch al penibele cashpositie.

De druk van de schuldeisers Leveranciers met een eigendomsvoorbehoud zullen hun zaken terug willen halen zolang de openstaande schuld niet is voldaan. Financiers en banken maken de verstrekte kredieten vaak ineens opeisbaar ten gevolge van de surseance hetgeen in vele overeenkomsten is vastgelegd. Ook de Belastingdienst, het UWV en zelfs het personeel zullen pogen hun vorderingen snel te innen, zodat het risico voor hen verkleind wordt, al mag verwacht worden dat dit tijdens de Corona crisis wel meevalt.

De schuldenaar en de bewindvoerder hebben één sterk afweermiddel om in te zetten: de afkoelingsperiode. Tijdens deze periode van maximaal twee maanden kunnen preferente crediteuren hun rechten niet uitoefenen. Eventueel kan deze periode eenmaal met twee maanden worden verlengd.

Als de eerste inventarisatie achter de rug is, dan zal het saneringsplan verder worden uitgewerkt.  Het doel van dit plan is om de haalbaarheid in te schatten opdat de vorderingen van de schuldeisers, in ieder geval gedeeltelijk, kunnen worden voldaan. Het kunnen doordraaien van de onderneming en dus het kunnen voldoen aan de nieuw ontstane schulden voor minimaal de komende 4 weken is hierbij cruciaal. Als dit niet geregeld is dan kan de onderneming niet verder ,omdat de schuldpositie dan alleen maar oploopt. Dit is een van de meest voorkomende situaties op basis waarvan een bewindvoerder de voorlopige surseance direct omzet in een faillissement.

 

De definitieve surseance

Als het saneringsplan en het surseancevoorstel in grote lijnen zijn opgesteld vindt een eerste crediteurenvergadering plaats binnen twee maanden na het verlenen van de voorlopige surseance. De gezamenlijke crediteuren beslissen tijdens de vergadering over de definitieve verlening van het uitstel van betaling. Het advies van de bewindvoerder speelt hierin een belangrijke rol maar zeker ook de inspanningen van de aandeelhouders/DGA. Hoever steken zij hun nek uit? en delen zij wel mee in het risico? en is het aantoonbaar dat het een eenmalige saneringsactie is of blijft het dweilen met de kraan open?

Indien de meerderheid voor het akkoord stemt, dan zal de rechtbank de voorlopige surseance omzetten in een definitieve verlenging. Een definitieve surseance wordt doorgaans verleend voor een periode van anderhalf jaar, maar dan wel met aftrek van de (twee maanden) voorlopige verlening. De schuldenaar kan daarna één keer verlenging aanvragen, maar dit gebeurt niet vaak.

 

De laatste stap

De tweede crediteurenvergadering

Nadat in de eerste crediteurenvergadering de definitieve verlening van surseance is verleend wordt in de tweede crediteurenvergadering gestemd over het crediteurenvoorstel.

Stemt er een meerderheid (>50%) voor het akkoord en zijn deze crediteuren gezamenlijk goed voor minstens de helft (≥50%) van het totale vorderingsbedrag, dan wordt het akkoord aangenomen. Op basis van de hele procedure, de voorbereiding en de inschatting van de schuldenaar zou een dwangakkoord moeten kunnen slagen. Indien dit niet het geval is dan krijgt de schuldenaar de deksel op zijn neus en volgt in de praktijk onherroepelijk het faillissement. Zodra het akkoord is aangenomen dan wordt dit door de rechtbank goedgekeurd. Deze homologatie vindt enige weken na de tweede crediteurenvergadering plaats, waarna het akkoord voor alle betrokken partijen bindend is.