De doorstart van een failliete onderneming

De doorstart van een failliete onderneming

Als allerbelangrijkste uitgangspunt geldt dat er bij een doorstart haast is geboden. De belangrijkste reden is dat de goodwill per dag minder wordt. Immers leveranciers en zeker klanten verkeren na een faillissementsuitspraak in grote onzekerheid over de continuïteit van de onderneming. Per definitie is de continuïteit gestaakt tenzij de curator beslist om door te draaien. Het is daarom in het belang van elke koper, elke doorstarter, om zo snel mogelijk te handelen. Om snel te kunnen handelen zijn drie zaken van belang:

1) direct inzicht in de uitgesproken faillissementen;

2) voldoende cash om de doorstart te kunnen betalen (een curator accepteert namelijk geen financieringsvoorbehoud);

3) een plan van aanpak. Zonder deze voorbereiding zal een doorstart niet lukken.

De curator ziet de noodzaak van een snelle doorstart in en zal, indien zich meerdere partijen melden, een keuze moeten maken met wie in onderhandeling te gaan. De curator zal dus heel snel de verschillende geïnteresseerden dienen te beoordelen waarbij zij die overtuigend en beslagen ten ijs komen een groot voordeel hebben.

Een doorstart is een activatransactie waarbij in principe geen verplichting bestaat om ook de schulden (passiva) over te nemen. De transactie betreft in hoofdzaak twee zaken: de activa en de goodwill en daarnaast (optioneel) het personeel. Het staat eenieder vrij om zelf te bepalen welke activa men wil overnemen in een doorstart. De curator en op de achtergrond de separatist (de bank) zal het meest geïnteresseerd zijn in verkoop van alle activa in één transactie. De waarde van de activa wordt bepaald door een beëdigd taxateur. Een beperkt aantal taxatiebureaus heeft kennis van de waarde van goederen in faillissement. Deze gespecialiseerde taxatiebureaus werken voor curatoren en banken en worden door de rechtbank geaccepteerd. Deze beperkte groep van taxateurs zal in hele korte tijd een taxatierapport opstellen op de volgende waarderingsgrondslagen: “de liquidatiewaarde” en “de onderhandse waarde bij gelijke bestemming en gebruik”. De liquidatiewaarde is de waarde die de goederen zullen opleveren in geval van een veiling; de onderhandse waarde bij gelijke bestemming en gebruik is de waarde van de goederen, rekening houdend met het faillissement, als deze blijven staan waar ze staan en voor dezelfde activiteit zullen worden gebruikt. De liquidatiewaarde is aldus de absolute ondergrens en daaronder bieden heeft geen enkele zin want dan kan de curator de goederen beter veilen. Goodwill is in een normale bedrijfsvoering het bedrag dat boven de intrinsieke waarde van de aandelen wordt betaald. Goodwill is in dat opzicht het vermogen om winst te genereren. De meeste failliete ondernemingen waren hiertoe niet meer in staat. Toch is de goodwill bij een doorstart een belangrijk onderdeel van de bieding. Onder de goodwill vallen belangrijke zaken die een doorstart succesvol maken zoals het klantenbestand, de overname van de handelsnaam, telefoonnummer, domeinnamen etc. In hoeverre alle immateriële activa onder de goodwill vallen verschilt per situatie. Octrooien, patenten, merknamen en domeinnamen kunnen namelijk ook afzonderlijk worden aangeboden of in eigendom zijn bij een andere (zuster) vennootschap.

 

Risico’s De nadelen bij een doorstart kunnen aanzienlijk zijn en leiden niet zeker altijd tot een voordeel. Niet iets om nu gelijk van te schrikken want de kans op een hoog rendement gaat altijd gepaard met een hoger risico. De overname van contracten met zowel leveranciers als klanten is hoogst onzeker. Voor alle overeenkomsten geldt namelijk dat de contractspartij hiermee dient in te stemmen. Bij contractoverzetting of -overname gelden niet alleen de voordelen maar ook de nadelen zoals het betalen van openstaande vorderingen. Telefoonmaatschappijen, energieleveranciers, serviceproviders en webhosters willen vaak alleen meewerken indien de openstaande posten worden betaald. De curator kan hier geen invloed op uitoefenen.

Maar ook contracten met klanten kunnen hoogst onzeker zijn zeker als de doorstart (te) lang heeft geduurd. De curator geeft hiervoor geen enkele garantie

En hoewel de meeste personeelsleden blij zullen zijn weer in hun oude omgeving en professie aan de slag te kunnen zijn zij vrij om te gaan en staan waar zij willen. Een concurrentiebeding vervalt niet door het faillissement, dit is anders indien de activiteiten door de curator worden gestaakt.