Het Faillissement

Een faillissement is een algeheel beslag op het vermogen van de failliete onderneming. In feite wordt door een overheidsorgaan (de rechtbank) bepaald dat het voortzetten van de activiteiten niet tot hogere financiële schade mag leiden. Het gevolg is dat beslag wordt gelegd op de gehele onderneming ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers. Door de rechtbank wordt een curator aangesteld die het bestuur van de onderneming overneemt. De bestuurder van de rechtspersoon (de failliet) verliest de beschikking en het beheer over zijn vermogen vanaf 0:00 uur op de dag van de faillissementsuitspraak. Hij mag niet langer handelen uit naam van de onderneming. De curator voert vanaf dat moment het bestuur en is de enige die nog beslissingen kan nemen. Het handelen van de curator staat onder toezicht van een rechter-commissaris. De curator kan echter zelfstandig handelen en heeft voor bepaalde beslissingen de toestemming van de rechter-commissaris nodig bijvoorbeeld voor de verkoop van activa of het laten doordraaien van de onderneming. De doorstart van een failliete onderneming Als allerbelangrijkste uitgangspunt geldt dat er bij een doorstart haast is geboden. De belangrijkste reden is dat de goodwill per dag minder wordt. Immers leveranciers en zeker klanten verkeren na een faillissementsuitspraak in grote onzekerheid over de continuïteit van de onderneming. Per definitie is de continuïteit gestaakt tenzij de curator beslist om door te draaien. Het is daarom in het belang van elke koper, elke doorstarter, om zo snel mogelijk te handelen. Om snel te kunnen handelen zijn drie zaken van belang: 1) direct inzicht in de uitgesproken faillissementen 2) voldoende cash om de doorstart te kunnen betalen (een curator accepteert namelijk geen financieringsvoorbehoud) en 3) een plan van aanpak. Zonder deze voorbereiding zal een doorstart niet lukken. De curator ziet de noodzaak van een snelle doorstart in en zal indien zich meerdere partijen melden een keuze moeten maken met wie in onderhandeling te gaan. De curator zal dus heel snel de verschillende geïnteresseerden dienen te beoordelen waarbij zij die overtuigend en beslagen ten ijs komen een groot voordeel hebben. Een doorstart is een activa transactie waarbij in principe geen verplichting bestaat om ook de schulden (passiva) over te nemen. De transactie betreft in hoofdzaak twee zaken: de activa en de goodwill en daarnaast (optioneel) het personeel. Het staat eenieder vrij om zelf te bepalen welke activa men wil overnemen in een doorstart. De curator en op de achtergrond de separatist (de bank) zal het meest geïnteresseerd zijn in verkoop van alle activa in één transactie. De waarde van de activa wordt bepaald door een beëdigd taxateur. Een beperkt aantal taxatiebureaus heeft kennis van de waarde van goederen in faillissement. Deze gespecialiseerde taxatiebureaus werken voor curatoren en banken en worden door de rechtbank geaccepteerd. Deze beperkte groep van taxateurs zal in hele korte tijd een taxatierapport opstellen op de volgende waarderingsgrondslagen: “”de liquidatie waarde”” en “”de onderhandse waarde bij gelijke bestemming en gebruik””. De liquidatie waarde is de waarde die de goederen zullen opleveren in geval van een veiling; de Onderhandse waarde bij gelijke bestemming en gebruik is de waarde van de goederen, rekening houdend met het faillissement, als deze blijven staan waar ze staan en voor dezelfde activiteit zullen worden gebruikt. De liquidatie waarde is aldus de absolute ondergrens en daaronder bieden heeft geen enkele zin want dan kan de curator de goederen beter veilen. Goodwill is in een normale bedrijfsvoering het bedrag dat boven de intrinsieke waarde van de aandelen wordt betaald. Goodwill is in dat opzicht het vermogen om winst te genereren. De meeste failliete ondernemingen waren hiertoe niet meer in staat. Toch is de goodwill bij een doorstart een belangrijk onderdeel van de bieding. Onder de goodwill vallen belangrijke zaken die een doorstart succesvol maken zoals het klantenbestand, de overname van de handelsnaam, telefoonnummer, domeinnamen etc.  In hoeverre alle immateriële activa onder de goodwill vallen verschilt per situatie. Octrooien, patenten, merknamen en domeinnamen kunnen namelijk ook afzonderlijk worden aangeboden of in eigendom zijn bij een andere (zuster) vennootschap. Elk nadeel heeft zijn voordeel. De nadelen bij een doorstart kunnen aanzienlijk zijn en leiden niet zeker altijd tot een voordeel. Niet iets om nu gelijk van te schrikken want de kans op een hoog rendement gaat altijd gepaard met een hoger risico. De overname van contracten met zowel leveranciers als klanten is hoogst onzeker. Voor alle overeenkomsten geldt namelijk dat de contractspartij hiermee dient in te stemmen. Bij contractoverzetting of -overname gelden niet alleen de voordelen maar ook de nadelen zoals het betalen van openstaande vorderingen. Telefoonmaatschappijen, energieleveranciers, serviceproviders en webhosters willen vaak alleen meewerken indien de openstaande posten worden betaald. De curator kan hier geen invloed op uitoefenen. Maar ook contracten met klanten kunnen hoogst onzeker zijn zeker als de doorstart (te) lang heeft geduurd. De curator geeft hiervoor geen enkele garantie En alhoewel de meeste personeelsleden blij zullen zijn weer in hun oude omgeving en professie aan de slag te kunnen, zijn zij vrij om te gaan en staan waar zij willen.  Een concurrentiebeding vervalt niet door het faillissement, dit is anders indien de activiteiten door de curator worden gestaakt. De faillissementsaanvraag Een faillissement kan worden aangevraagd door de onderneming zelf of door een of meerdere schuldeisers. Indien een onderneming het eigen faillissement aanvraagt dan dient dit te gebeuren als besluit door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA). Voor het indienen van een eigen faillissementsaanvraag is geen advocaat nodig. De eigen aanvraag wordt direct op de eerstvolgende zitting van de faillissementskamer behandeld en uitgesproken. Indien een schuldeiser het faillissement aanvraagt dan dient dit door een advocaat te gebeuren. De behandeling is binnen 6 weken. De schuldeiser dient bij de rechtbank aan te tonen dat de onderneming gestopt is met betalen en meerdere schuldeisers onbetaald blijven. Dit toont de schuldeiser aan door het feit dat zijn factuur onbetaald blijft en minimaal die van één andere schuldeiser. Maar let op: dit kan zonder medewerking van de schuldeiser wiens vordering wordt gebruikt. De taak van de curator De curator voert het beheer over de onderneming. De voornaamste taak van de curator is het behartigen van de belangen van de gezamenlijke schuldeisers. Daarnaast onderzoekt de curator of er onregelmatigheden hebben plaatsgevonden voorafgaand aan het faillissement. Mogelijke onrechtmatigheden zijn handelingen die hebben plaatsgevonden ten nadele van de schuldeisers. Dit kan bijvoorbeeld zijn het verkopen van activa tegen een te lage waarde, het wegsluizen van geld door een dividenduitkering of aflossing van een aandeelhouderslening of het aangaan van (onverplichte) rechtshandelingen zoals het afgeven van een pandrecht. Deze zaken vallen onder de zogenaamde Pauliana waarin is bepaald dat de curator deze handelingen kan terugdraaien indien deze tot 1 jaar voorafgaand aan het faillissement hebben plaatsgevonden. Daarnaast onderzoekt de curator of er sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid door onbehoorlijke taakvervulling van de bestuurder(s). De bestuurder kan hiervoor persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor het faillissementstekort. De eerste acties van de curator De curator zal als eerste kijken of het lonend is om de onderneming te laten doordraaien. Het laten doordraaien van de onderneming is van grote invloed op de continuïteit en de doorstartkansen en aldus de goodwill. De curator heeft echter een ander belang voor ogen en dat is de vraag of het doordraaien van de failliete onderneming geld oplevert of kost. Omdat de curator de schulden niet verder wil laten oplopen zal bij een negatief resultaat de curator als snel besluiten alle activiteiten te staken tenzij het verlies door een derde wordt gedekt. Een belangrijke taak van de curator is ervoor te zorgen dat de schulden van de onderneming niet verder oplopen. Het opzeggen van de lopende overeenkomsten is dan de eerste stap. De belangrijkste overeenkomsten zijn de personeels- en de huurovereenkomsten. De personeelsovereenkomsten worden, in het bijzijn van het UWV i.v.m. alle formulieren, direct opgezegd. Hierbij geld een wettelijke opzegtermijn van 4 weken en maximaal zes weken afhankelijk van het arbeidscontract. De tweede overeenkomst die wordt opgezegd is de huurovereenkomst. De wettelijke opzegtermijn voor huurovereenkomsten is drie maanden. Gedurende deze drie maanden is het huurcontract nog steeds van toepassing. De verschuldigde huurbetalingen zijn boedelschulden (schulden die zijn ontstaan na het faillissement). De curator zal deze betalen echter na aftrek van de faillissementskosten. De afkoelingsperiode Schuldeisers zullen na uitspraak van het faillissement zo snel mogelijk hun (onbetaalde) eigendommen willen terughalen. Lease- en verhuurmaatschappijen en ook leveranciers doen dit dan vaak liever vandaag dan morgen. Indien de schuldeisers hun rechten willen uitoefenen en/of er een run zou ontstaan op de activa dan verkleint dit de kans op een doorstart aanzienlijk. De curator heeft daarnaast in de eerste dagen van het faillissement nog niet voldoende zicht op wie welke rechten heeft. Om de curator de gelegenheid te geven om deze zaken alsmede de doorstart kansen te onderzoeken kan een afkoelingsperiode door de rechtbank worden toegekend. Gedurende deze afkoelingsperiode van –in eerste instantie- twee maanden kunnen schuldeisers hun rechten niet uitoefenen. Gedurende de afkoelingsperiode kan -maar hoeft niet- de curator de onderneming voortzetten.  Garanties van de curator In een normale bedrijfsoverdracht transacties vormen de garanties een belangrijk deel van de koopovereenkomst alsmede de mogelijkheid om garantieclaims te kunnen verhalen op de verkoper.  Een curator kan zich in een faillissementssituatie en zeker bij een snelle doorstart onmogelijk een goed beeld vormen van de risico’s die mogelijk spelen. Daarbij dient een curator te voorkomen dat de boedel er financieel op achteruit gaat. De curator geeft daarom geen enkele garantie. Over te nemen activa kunnen wellicht niet naar behoren werken of kapot zijn of via een huur-lease overeenkomst toch eigendom van een derde blijken te zijn. De curator zal in deze gevallen zich beroepen op de afgegeven vrijwaring en niet snel (een deel van) de koopsom terugstorten. De curator: vriend of vijand? De curator speelt een cruciale rol in een doorstart. Sterker nog: zonder medewerking van de curator vindt er helemaal geen doorstart plaats. Om als doorstartende partij in beeld te komen bij de curator is een voortvarende houding noodzakelijk en tijdens de onderhandelingen kan het er hard aan toe gaan. Dit is niet anders dan normaal. De curator heeft een belangrijk doel voor ogen en dat is een zo hoog mogelijke opbrengst realiseren en de schuld in de boedel zoveel mogelijk te verlagen. De curator boekt succes als de onderneming wordt doorgestart en zal binnen de mogelijkheden van de wet al zijn medewerking verlenen. Een meewerkende curator is a friend forever.

Surseance van betaling

Wat is een surseance van betaling Surseance van betaling betekent uitstel van betaling. Door middel van een surseance kan een onderneming schuldeisers van zich af houden.  Deze periode duurt in eerste instantie maximaal twee maanden. Gedurende deze periode heeft de onderneming de tijd om orde op zaken te stellen en met een betalingsvoorstel (het crediteuren akkoord) te komen. In tegenstelling tot een ‘’gewoon’’ crediteurenakkoord is er geen unanimiteit van de schuldeisers nodig is, maar slechts een meerderheid. Het voordeel van deze constructie is dat één partij niet individueel het akkoord voorstel kan tegenhouden. Dit betekent niet dat de onderneming in surseance niets meer hoeft te betalen. Het uitstel geldt voor de schulden die ten tijde van de verlening van de surseance reeds bestonden. De betaling van nieuwe schulden, die ontstaan na het surseance tijdstip, vallen niet onder de surseance. Dit zijn bijvoorbeeld lonen van werknemers, huurbetalingen, leveranciersbetalingen, bewindvoerderskosten, etc. Het is van belang dat voor deze betalingen voldoende cash aanwezig is want anders wordt de surseance direct beëindigd en omgezet in een faillissement. De surseance geldt overigens niet voor alle schuldeisers maar alleen concurrente crediteuren. De preferente crediteuren zoals de Belastingdienst en het UWV en Separatisten vallen er niet onder. Separatisten zijn schuldeisers met een zekerheidsrecht zoals een pand- of hypotheekrecht meestal de bank. Kansen voor een doorstart Een surseance van betaling is een beschermingsconstructie om schuldeisers tijdelijk op afstand te houden. Dat dit niet voor alle schuldeisers geldt en ook niet voor de nieuwe schulden is dikwijls een valkuil. Ondernemers die onvoorbereid, in een waan van paniek, een surseance aanvragen komen vaak van een koude kermis thuis. Veel surseances worden binnen enkele dagen omgezet in een faillissement. Het volgen van de nieuwe surseances biedt voor kopers en doorstarters kansen. Een surseance slaagt alleen met een gedegen plan van aanpak maar nog belangrijkers met voldoende cash. Dit laatste is vaak het probleem. Een strategische koper maar zeker ook investeerders kunnen tijdens de surseance en bij voorkeur direct aan het begin, hun overname interesse kenbaar maken aan de ondernemer of de bewindvoerder. De ondernemer zal hier wat gereserveerd tegenover staan zeker als het de concurrent betreft; de bewindvoerder kijkt meer naar de haalbaarheid en de positie van de crediteuren. Een kapitaal injectie in ruil voor aandelen is dan een prachtige kans om het bedrijf (deels) over te nemen en wellicht voor de ondernemer het enige houvast om niet failliet te gaan. Het volgen van de uitgesproken surseances geeft geïnteresseerde doorstarters een beter beeld van wat mogelijk komen gaat. Sommige surseances slagen maar de meeste, zeker in deze Corona tijd, zullen snel worden omgezet in een faillissement. De bewindvoerder wordt dan vaak de curator. Zowel de doorstarter als de curator hebben dan enige tijd gehad om zich voor te bereiden en dat is al het halve werk. In de praktijk Uitstel van betaling start met een verzoekschriftprocedure bij de rechtbank. Dit kan alleen door de onderneming, de schuldenaar, worden aangevraagd in tegenstelling tot een faillissement dat ook door schuldeisers kan worden aangevraagd. De rechtbank verleent in de regel vrijwel onmiddellijk een voorlopige surseance van twee maanden. De ondernemer kan in deze periode een crediteurenvergadering voorbereiden. Deze datum wordt direct vastgesteld door de rechtbank, want op dat vastgelegde moment zullen crediteuren gezamenlijk de definitieve beslissing maken. De bewindvoerder De rechtbank benoemt bij een surseance een bewindvoerder. De ondernemer en de bewindvoerder voeren gezamenlijk het bestuur, dit is het verschil met een faillissement, waarbij de curator de regie en leiding van de directie overneemt. Crediteuren, leveranciers en personeel kunnen dus met zowel de bewindvoerder als de directie overleg hebben. De bewindvoerder heeft echter een doorslaggevend stem. Mochten er ontwikkelingen zijn, waardoor het uitstel van betaling beter omgezet kan worden in een faillissement, dan is de bewindvoerder gemachtigd om deze keus te maken. In de praktijk wordt deze keuze door de bewindvoerder soms al binnen enkele dagen gemaakt; dit is de grote valkuil. Surseance van betaling betekent namelijk niet, dat de onderneming gedurende de maximale periode van twee maanden geen betalingen meer hoeft te doen. Als er geen aantoonbare oplossing valt te verwachten – bijvoorbeeld omdat er geen geld beschikbaar is voor een crediteurenakkoord (het dwangakkoord) of zelfs niet voor de betaling van de bewindvoerder – dan zal deze de surseance direct omzetten in een faillissement. Gedurende de surseance verandert er niets aan de positie van de werknemers deze blijven dus gewoon in dienst. Ondanks dat de bewindvoerder en directie samen de verantwoordelijkheid dragen is de directie niet langer bevoegd beheers- of beschikkingshandelingen zelfstandig te verrichten. Er dient te allen tijde toestemming te zijn van de bewindvoerder. De rol van de bewindvoerder is dus een hele belangrijke en deze zal in de praktijk niet schromen een andere beslissing te nemen dan de directie voor ogen heeft indien dit voor de positie van de schuldeisers van belang is. De dagelijkse gang van zaken tijdens de surseance De onderneming wordt tijdens de surseance zoveel mogelijk voortgezet en kan dus in principe gewoon doordraaien. Maar van ‘’gewoon’ is vanzelfsprekend geen sprake; de term ‘aangeschoten wild’ is beter op zijn plaats. Om de activiteiten voort te zetten is een gedegen plan van aanpak vereist, waarbij de beschikking over (nieuw) kapitaal, of desnoods zicht hierop binnen een korte termijn, een absolute vereiste is. Daarbij is speciale aandacht vereist voor de schuldeisers die buiten de surseance vallen (preferente crediteuren en separatisten), want zij kunnen hun incasso acties namelijk gewoon voortzetten. Maar dat niet alleen, want in veel overeenkomsten en contracten is bepaald dat deze ophouden te bestaan in geval van surseance en zéker in faillissement. Hierin schuilt een groot risico. Om directe incasso acties te voorkomen kan de bewindvoerder een afkoelingsperiode instellen, die door de rechtbank dient te worden bekrachtigd. Nieuwe schulden vallen hier echter niet onder. Voor een succesvolle surseance van betaling is het daarom essentieel dat de schuldenaar een gedegen plan van aanpak heeft klaarliggen en…cash. De bewindvoerder treedt, direct na zijn benoeming, in contact met de directie van de onderneming. Zonder een plan van aanpak en zeker zonder (zicht op) cash is de exercitie kansloos. Aan de preferente crediteuren en de separatisten zal overigens ook worden gevraagd om uitstel van betaling. Speciale aandacht dient gegeven te worden aan de zogenaamde dwangcrediteuren. Dit zijn schuldeisers die noodzakelijk zijn voor de dagelijkse gang van zaken zoals energie- en verzekeringsbedrijven en leasemaatschappijen want deze betalingen dienen gewoon door te gaan. De liquiditeitsbegroting Direct in de beginfase van de surseance zal er door de bewindvoerder een liquiditeitsprognose worden opgesteld, waarbij eigenlijk verwacht mag worden dat deze al is opgesteld door de onderneming en klaarligt. Vanzelfsprekend zal de positie van de onderneming al vrij snel verbeteren, aangezien de crediteuren tijdelijk on hold worden gezet. Aan de andere kant zijn er ook zaken die een negatieve invloed hebben op de financiën van de onderneming. Leveranciers zullen stoppen met leveren zolang zij geen zekerheid hebben van betaling. Er zal of ineens moeten worden betaald, een voorschot worden gevraagd of risico-kosten worden doorberekend op nieuwe leveringen. Ook zullen sommige crediteuren proberen de levering uit te stellen, totdat de openstaande kostenposten zijn voldaan. Dit maakt het doordraaien van de onderneming er niet gemakkelijker op en is een flinke aanslag op de toch al penibele cash positie. De druk van de schuldeisers Leveranciers met een eigendomsvoorbehoud zullen hun zaken terug willen halen zolang de openstaande schuld niet is voldaan. Financiers en banken maken de verstrekte kredieten vaak ineens opeisbaar ten gevolge van de surseance hetgeen dus in vele overeenkomsten is vastgelegd. Ook de Belastingdienst, het UWV en zelfs het personeel zullen pogen hun vorderingen snel te innen, zodat het risico voor hen verkleind wordt al mag verwacht worden dat dit tijdens de Corona crises wel meevalt. De schuldenaar en de bewindvoerder hebben één sterk afweermiddel om in te zetten: de afkoelingsperiode. Tijdens deze periode van maximaal twee maanden kunnen preferente crediteuren hun rechten niet uitoefenen. Eventueel kan deze periode eenmaal met twee maanden worden verlengd. Als de eerste inventarisatie achter de rug is, dan zal het saneringsplan verder worden uitgewerkt.  Het doel van dit plan is om de haalbaarheid in te schatten opdat de vorderingen van de schuldeisers, in ieder geval gedeeltelijk, kunnen worden voldaan. Het kunnen doordraaien van de onderneming en dus het kunnen voldoen aan de nieuw ontstane schulden voor minimaal de komende 4 weken is hierbij cruciaal. Als dit niet geregeld is dan kan de onderneming niet verder omdat de schuldpositie dan alleen maar oploopt. Dit is een van de meest voorkomende situaties op basis waarvan een bewindvoerder de voorlopige surseance direct omzet in een faillissement. De definitieve surseance Als het saneringsplan en het surseance voorstel in grote lijnen zijn opgesteld vindt een eerste crediteurenvergadering plaats binnen twee maanden na het verlenen van de voorlopige surseance.  De gezamenlijke crediteuren beslissen tijdens de vergadering over de definitieve verlening van het uitstel van betaling. Het advies van de bewindvoerder speelt hierin een belangrijke rol maar zeker ook de inspanningen van de aandeelhouders/DGA. Hoeveel steken zij hun nek uit? en delen zij wel mee in het risico? en is het aantoonbaar dat het een eenmalige saneringsactie is of blijft het dweilen met de kraan open? Indien de meerderheid voor het akkoord stemt, dan zal de rechtbank de voorlopige surseance omzetten in een definitieve verlenging. Een definitieve surseance wordt doorgaans verleend voor een periode van anderhalf jaar, maar dan wel met aftrek van de (twee maanden) voorlopige verlening. De schuldenaar kan daarna één keer verlenging aanvragen, maar dit gebeurt niet vaak. De laatste stap De tweede crediteurenvergadering Nadat in de eerste crediteurenvergadering de definitieve verlening van surseance is verleend wordt in de tweede crediteurenvergadering gestemd over het crediteuren voorstel. Stemt er een meerderheid (>50%) voor het akkoord en zijn deze crediteuren gezamenlijk goed voor minstens de helft (≥50%) van het totale vorderingsbedrag, dan wordt het akkoord aangenomen. Op basis van de hele procedure, de voorbereiding en de inschatting van de schuldenaar zou een dwangakkoord moeten kunnen slagen. Indien dit niet het geval is dan krijgt de schuldenaar de deksel op zijn neus en volgt in de praktijk onherroepelijk het faillissement. Zodra het akkoord is aangenomen, dan wordt dit door de rechtbank goedgekeurd. Deze homologatie vindt enige weken na de tweede crediteurenvergadering plaats, waarna het akkoord voor alle betrokken partijen bindend is.

Corona, faillissement en doorstarten

Het Corona virus brengt zware tijden voor bijna alle bedrijven in Nederland en daarbuiten. Door de steeds strenger wordende regelgeving zoals het sluiten van de horeca, het afgelasten van beurzen, tentoonstellingen en concerten en lagere productiviteit door ziekte van werknemers beginnen de gevolgen in veel sectoren voelbaar te worden. Vliegtuigmaatschappijen, horeca en groothandels, wasserijen, bloemengroothandels, autodealers en rijscholen, Retailers in bijna alle segmenten, stand bouwers, land- en tuinbouwers, kerstpakketten leveranciers, cateringbedrijven de lijst van bedrijven die de pijn voelt groeit dagelijks. Ook toeleveranciers krijgen hier steeds meer mee te maken. De mogelijkheid om personeel in deeltijd WW te laten werken is een welkome ondersteuning, het biedt in ieder geval verlichting van de lasten, de vaste lasten wel te verstaan. Het grootste probleem voor veel bedrijven zal een dalende of zelfs stagnerende omzet zijn. Geen omzet betekent geen inkomsten terwijl de vaste lasten doorlopen. Het personeel vormt voor veel bedrijven een zware vaste last maar niet de enige. Doorlopende leasecontracten van machines, inventaris, auto’s en andere bedrijfsmiddelen zullen toch betaald moeten worden. Bedrijven met hoge vaste lasten zullen de pijn het sterkst voelen. Schulden lopen op Het saneren van schulden via een crediteurenakkoord of surseance van betaling is een manier om een faillissement te voorkomen. De vraag is of dit werkt in deze Corona situatie. De problemen spelen zich bij het Corona virus steeds af binnen een gehele branche dus alle partijen (klanten, leveranciers) hebben het moeilijk, ook de concurrentie. Het vragen om in deze situatie een afkoop van de schuld te aanvaarden zal voor veel bedrijven een lastige zijn want ook zij hebben het moeilijk. En indien een sanering wel zou lukken stapelen de schulden snel weer op zolang het Corona virus er is. Een kortstondige oplossing dus die wellicht meer schade aanricht dan goed doet. De huidige situatie komt teneinde maar hoelang gaat dit duren? Hoelang kan een factuur blijven openstaan? Zij die weinig vet op de botten hebben zullen snel verhongeren. De meest bedrijven schorten hun betalingen al sterk op met de kans op een sneeuwbal effect. Het niet betalen van een factuur betekent in deze crises zeker geen onwil maar overmacht. Maar als een bedrijf met een positief werkkapitaal ten onder gaat omdat de debiteuren niet betalen dan is er wel iets heel bijzonders aan de hand. Het inzetten van incasso maatregelen kan dan eigenlijk niet achterwegen blijven, het wordt dan pompen of verzuipen. Is dit verstandig? Hele branches kunnen hierin worden meegetrokken. Aanvraag eigen faillissement De zijn rechtbanken zijn gesloten maar insolventiezaken worden als urgent beschouwd en dus behandeld. Een faillissement ontstaat omdat een bedrijf niet meer aan haar schulden kan voldoen; voor vele bedrijven zal dit binnenkort het geval zijn. De aanvraag van het eigen faillissement is het laatste dat een ondernemer wil doen. Anderzijds biedt een doorstart dan vaak prachtige kansen om het bedrijf weer voort te zetten. Een van de grote voordelen zijn het ontslag van het personeel, opzegging van de lopende overeenkomsten en koop van de activa sterk beneden de (markt)waarde. De doorstarter is vrij in de keuze welke van deze over te nemen. De doorgestarte onderneming kan hierdoor in afgeslankte vorm verder. Voor ondernemers die door willen gaan op dezelfde locatie en na de Corona crises weer op dezelfde schaal brengt het ontslag van personeel dan de grootste verlichting. Deze last van te zware personeelskosten wordt echter al door het UWV met (deeltijd) WW verlicht. Een doorstart door de huidige ondernemer biedt dan weinig voordelen. En de kans dat de WW-regeling na een doorstart geldt is heel klein omdat de omzetdaling niet kan worden aangetoond. Het selectief aannemen van personeel is dan de beste optie; het laten werken in deeltijd WW in een going concern situatie is veiliger. De eigen faillissementsaanvraag zal in deze tijd dan ook veelal leiden tot het einde van het bedrijf, in ieder geval niet tot een doorstart door de ondernemer. Kansen om door te starten In veel doorstarts is de (oud)ondernemer in het voordeel door de kennis van de organisatie. In deze zware tijd zullen de meeste ondernemers kiezen om geld bij te storten in het vertrouwen dat de problemen tijdelijk zijn. De afweging of dit geld naar de zee dragen is zal niet zo snel spelen. Maar als de crises langer duurt en de verliezen beginnen op te lopen zullen faillissementen onvermijdelijk zijn. Zij met vet op de botten zitten er dan het warmste bij. Voor strategische kopers kan een doorstart zeer aantrekkelijk zijn zeker indien het faillissement door overmacht is ontstaan en dit zal in veel gevallen zo zijn. De kans dat de omzet weer opgang gang na de crises is zeer aannemelijk. Een volledige doorstart zal de onderneming na de crises weer snel op het oude niveau kunnen brengen en de verliezen vanuit de crises blijven achter in het faillissement. Slank doorstarten kan en verlaagt de cash-out maar beperkt het potentieel.